De heer Teste viert de lente

Na een winter waar geen einde aan leek te komen, stond de heer Teste op de Bossche markt en koesterde zich in een warme lentezon. De heer Teste floot het prille voorjaar. Hij luisterde naar het gekwetter van vogels en leek tevreden. Gekleed in een licht zomerpak en een tropenhelm op zijn hoofd stond hij tegenover het stadhuis, waar ooit het beeld van Jheronimus Bosch geplaatst was. Zijn dag kon niet stuk, in maanden had hij zich niet zo intens gelukkig gevoeld. Geen last van kermisklanten die misplaatste stukken schreven over tennis, nee niets van dat al.
'Sorry,' hoorde hij plotseling naast zich, 'is er wat te zien?'
Verstoord keek de heer Teste opzij. Een verschrompeld oud en klein mannetje wees met een bevend wijsvingertje naar het stadhuis.
'Hoezo?'
'Nou, is er misschien een beroemdheid of zo op bezoek?' vroeg hij.
'Geen flauw idee,' zei de heer Teste.
'Wat doet u hier dan? Bent u van de politie of zo?' hield hij vol.
Of zo, of zo, dacht de heer Teste, wat bazelt die vent.
'Ik sta hier omdat de zon schijnt,' antwoordde Teste en probeerde te glimlachen.
'Mij maakt u niet gek, u staat hier omdat daar in het stadhuis iets bijzonders te doen is of niet soms?' En hij wees weer naar het stadhuis.
'Is er misschien toch een beroemdheid op bezoek, de nieuwe koning of zo, waarom vertelt u niets?'
De heer Teste slaakte een diepe zucht, balde zijn gedachtes samen, behield zijn geduld en zei: 'Ja, er is zeker een beroemdheid op bezoek op uitnodiging van het stadsbestuur, Roger Federer is op dit moment in gezelschap van burgemeester Rombouts, een aantal wethouders en de voltallige gemeenteraad. Valt u mij nu verder niet lastig.'

Rondom de oude man, die zich inmiddels verwijderd had, dromde een aantal mensen samen, die aandachtig naar hem luisterden, terwijl hij af en toe met zijn bevend vingertje naar heer Teste wees. Deze genoot inmiddels weer van de warme lentezon. Maar wat hij niet in de gaten had, was dat de groep mensen steeds groter werd en uitdijde tot een menigte, die afwisselend naar hem en naar het stadhuis keek. Zo was hij verzonken in zijn lentegevoel, totdat hij opnieuw met vragen werd lastig gevallen. Maar dan ken je de heer Teste niet, die wist van geen wijken, trotseerde alle vragen en bedacht dat deze lentedag hem niet kon worden afgenomen. Uit alle straten die op de markt uitkwamen, stroomde het publiek toe, omdat nu wel duidelijk was dat er iets te gebeuren stond. Ook had een toevallig passerende agent op de fiets zijn collega's via zijn mobiel erop gewezen dat er wel erg veel volk zich op de markt verzameld had en dat er maatregelen getroffen moesten worden. Binnen een mum van tijd waren de straten afgezet en ook had zich een kordon van agenten zich voor het bordes van het stadhuis geposteerd. Teste hoorde mensen naar elkaar roepen: 'Federer, Roger Federer.' Hij kreeg het benauwd, het angstzweet brak hem uit. Wat heb ik teweeg gebracht, vroeg hij zich wanhopig af. Een breedgeschouderde agent, die met de oude heer gesproken had, kwam op hem af, zich moeizaam een weg banend door de inmiddels zeer omvangrijke menigte. Voordat deze hem bereikte vroeg een man, die Teste meende te kennen van de Pettelaer, een tennisser die al vele malen het clubkampioenschap op zijn naam had geschreven en bekend stond als zeer welbespraakt en geestig vroeg hem: 'Is Federer echt hier?' Wanhopig gilde Teste: 'Er is geen Federer, ik heb het ver...' Zijn wanhoopskreet ging verloren in het aanzwellend lawaai en niemand die hem nog serieus nam. De agent die nu bij Teste was aangekomen, sommeerde hem ogenblikkelijk de markt te verlaten. 'Gaat u maar die kant op,' zei hij, en hij wees naar de Ridderstraat, 'daar is nog geen afzetting, uw aanwezigheid heeft deze volksoploop veroorzaakt, u zorgt nog voor ongelukken, wegwezen en snel.'
Teste droop af, zijn veelbelovende lentedag in diggelen achterlatend.

Hij hoorde hoe de menigte begon te joelen en te krijsen en zag nog net voordat hij de Ridderstraat in strompelde, dat op het bordes van het stadhuis burgemeester Rombouts verschenen was in gezelschap van Roger Federer, geheel gekleed in klassiek lentewitte tenniskledij en een tennisracket in de rechterhand.