Kortz door de bocht


De tenniskennis van de heer Teste (1)

Zelden een zonderlinger figuur meegemaakt dan de heer Teste. Geheel in overeenstemming met de geest van de tijd mailde hij me met de vraag of ik nog steeds in dat blaadje schreef van de Pettelaer: 'U weet wel, dat mededelingenorgaan van uw tennisclub'. Ik antwoordde hem bevestigend al moest ik toegeven dat mijn bijdragen het zo nu en dan lieten afweten. Maar daar ging het hem niet om, dat was hem 'worst'. Nee, het was hem vooral te doen om de kennis die over tennis werd neergepend en dat hij zich ernstig zorgen maakte over het niveau ervan. Ik reageerde enigszins verbaasd en vroeg zeer belangstellend wat hem tot deze uitspraak gebracht had en ook gaf ik duidelijk blijk van een lichte irritatie.

Ik moest hem niet verkeerd begrijpen, haastte hij zich mij te melden, het ging hem erom dat hij zo weinig stof aantrof die over beroemde tennissers informatie verschafte en dat soort dingen. Ik legde hem uit dat wij een clubblad hebben en in een clubblad staan nu eenmaal andere dingen over tennis dan hij zich kennelijk voorstelde. En onder de bezielende leiding van onze nieuwe hoofdredacteur zouden we nog eens ongekende hoogtes kunnen bereiken. 'U kent zijn ambities niet', liet ik hem fijntjes weten. Een paar dagen lang ontving ik geen mails meer van hem, toen hij zich plots weer meldde.

Hij had nagedacht over mijn woorden. Ik had een punt, maar niettemin konden er toch wel wat andere zaken in het blad staan. 'Komt u eens bij me langs?'
Ik aanvaardde de uitnodiging en op de dag van de afspraak reed ik erheen, naar zijn huis op een plek gelegen, die wat lastig te vinden zou zijn. Met hulp van boeren in de omtrek van zijn woning heb ik zijn met een rietdak getooide hoeve weten te traceren. Ze lag er fraai bij in een zonnig landschap van polders en wuivend koren. Een Fiat Panda stond op het erf. Zelf zat hij in een grote, uit een van zijn woonvertrekken gehaald 'luie' stoel, waarin hij in een blad bladerde, dat inderdaad over tennis ging.
Toen hij me uit mijn auto zag stappen, stond hij op en liep me tegemoet. Zijn neus was een grote aardappel, met stippen erop zoals je die op aardbeien aantreft. Hij droeg een wijde broek en veel te groot wit hemd. Ik schudde hem de hand en hij nodigde me uit plaats te nemen.

Meteen stak hij van wal. 'Kijk, ... waarom heeft Federer nog nooit van Nadal gewonnen?' Ik wilde protesteren, maar hij sprak onverstoorbaar verder. Hij zette uiteen dat Federer een grotere tennisser was dan Nadal. 'En weet u waarom meneer?' Federer bezit een ongeëvenaard technisch niveau, hij kan alles met zijn racket, hij heeft een zeer fijnzinnig balgevoel, om over het spelinzicht maar te zwijgen. En toch kan hij niet winnen van Nadal.'
Ik zag kans in te breken en hield hem voor dat Federer wel degelijk wedstrijden tegen Nadal had gewonnen. 'U bent eigenwijs, weet u waarom hij niet kan winnen? Het zit tussen zijn oren.' Hij wachtte een moment om het effect van zijn woorden waar te kunnen nemen en zei toen: 'Daar moet u over schrijven.' Ik stond perplex. Zulke wijsheden verpletteren mij en maken mij monddood. Hij trakteerde mij op nog meer colleges over het edele tennisspel en wat goedkope wijn, die ik niet heb opgedronken en liet hem snel weten dat het welletjes was, omdat ik nog andere verplichtingen had.

Peter Kortz