Frieda, dochter van Harry Mulisch, leest haar poëzie voor in Bergen (NH, 2012)


Mulisch' Siegfried is een geslaagde mislukking
De sibille van Haarlem
Een poging het raadsel Mulisch te verkleinen


De wondergrijsaard Harry Mulisch, in 1927 in Haarlem geboren, publiceerde in 2001 de roman Siegfried. Een fictieve poging het onbegrijpelijke te begrijpen: het raadsel dat A. Hitler is. Tegelijkertijd toont hij ons hoe hij te werk gaat wanneer hij schrijft, wie hem hebben beïnvloed, hoe Herter uiteindelijk het onderspit delft, doordat de werkelijkheid zijn fictie overtreft. Deze mislukking laat de lezer de triomfantelijke overwinning zien van Mulisch op zijn obsessie: Hitler. Maar ook herken ik een terugkeer naar de tijd van zijn eerste boek Archibald Strohalm, dat een therapeutisch noodzaak was. Deze gegevens hebben mij doen concluderen dat Mulisch met Siegfried zijn laatste roman aangekondigd heeft: de auteur Herter sterft. Zijn oeuvre is compleet. Dat hoop ik in dit kort bestek aan te tonen aan de hand van bovenstaande overwegingen.

Obersalzberg
Al jaren achtervolgt Siegfried mij.
Het was een boek dat mij bij eerste lezing voor raadsels plaatste. Ik kon het niet naar tevredenheid duiden en liet het vervolgens liggen. Later ondernam ik nieuwe pogingen door te dringen tot wat ik vond dat de kern zou moeten zijn van het boek. Opnieuw stond ik met lege handen. En toen ik op een dag boven de Obersalzberg (Hitlers machtscentrum tijdens de oorlog) vloog en ik het boek voor de zesde keer ter hand had genomen op weg naar Boekarest, begon plotseling de zon te schitteren op een vleugel van het vliegtuig van Swiss Air. Er viel mij ineens een loden last van mijn schouders. Iemand naast me stiet me aan en vroeg:
- Lees jij dat boek nog steeds?

Geheimen
Wie weet nog hoe Mulisch' De pupil begint?
Zo: 'Elk leven kent zijn geheimen. Die moeten geheimgehouden worden. Maar naar mate men ouder wordt en minder te verliezen heeft, wordt het onduidelijker waarom men de geheimen eigenlijk nog geheim houdt, zodat men ze even goed kan vertellen.'
Toen Mulisch Siegfried publiceerde was hij 74 jaar oud. Een leeftijd waarop hij weinig te verliezen had. Ondanks zijn uitspraak dat je 'het raadsel moet vergroten', is Siegfried een onthullend boek. Mulisch vertelt zonder omwegen hoe bij hem een boek tot stand komt en dat demonstreert hij maar meteen aan de hand van Siegfried. Mulisch laat zien hoe hij tot een idee komt en dat hij een idee nodig heeft om te kunnen schrijven.
'Er is een chinees gezegde dat luidt: grote mensen spreken over ideeën, middelgrote over gebeurtenissen, kleine over mensen.' In een vraaggesprek met een journaliste, die Herter ondervraagt voor de Oostenrijkse televisie - en nu spreek ik over de schrijver Herter, het hoofdpersonage uit Siegfried - vertrouwt hij haar toe: 'In de literatuur gaat het om alle drie, maar meestal ontbreken de ideeën.'
Zo ontvouwt hij al pratend zijn idee, dat vooraf gaat aan elk werk dat hij schrijft. Daarbij is de fantasie een werktuig, waarmee je begrijpt. Herter wil Hitler begrijpen vanuit een mentale werkelijkheid. Dat is de weg van de ware kunst. Hij laat het daar niet bij. Dit is pas het begin, een idee, dat nodig uitgewerkt dient te worden in een groots werk. De vraag is alleen of Herter hierin slaagt?

Wagner
Meermalen heeft Mulisch verklaard dat hij, werkend aan een boek, op allerlei zaken stuit die hij kan gebruiken in zijn werk. De schrijver dwingt de werkelijkheid om hem de helpende hand toe te steken, zou je kunnen zeggen. Het is dus vanzelfsprekend dat Herter een hem bekende dirigent Constant Ernst ontmoet, die een belangwekkende uitspraak doet over de muziek van Wagner. Die uitspraak brengt Herter bij Nietzsche, wiens boek
Die Geburt der Tragödie aus dem Geiste der Musik, de sleutel is tot begrip van Hitler. Maar wat was dan het geheim van Wagner? Zonder aarzelen zegt Ernst dat het zijn chromatiek was. De oneindige melodieën van Wagner komen nooit tot oplossing in de grondtoon, dat maakt zijn muziek zo bedwelmend. Aan het slot, en Ernst spreekt over Tristan, dan pas is er een harmonische oplossing, de terugkeer naar de grondtoon, die tevens een verlossende dood is. Herter zegt er wel bij dat Nietzsche zijn boek anders bedoelde dan de betekenis die hij er nu aan gaf. De schrijver Herter begrijpt nu dat de tragedie Hitler verwoord is in de titel van Nietsches boek. Wagners chromatiek maakt het inzicht hoorbaar en de terugkeer naar de grondtoon is de verlossende dood, die iedereen meesleurt in de omgeving van Hitler. De gestaltloze kunst van Wagner, gecombineerd met Nietzsches boektitel tillen de onbegrijpelijkheid van Hitlers wezen naar een niveau dat nog te benaderen is met de menselijke geest.

Mann
Herter is verbijsterd en hij realiseert zich niet dat hij een sleutel heeft gevonden tot Hitlers raadselachtigheid. Intussen heeft Mulisch wel laten zien hoe hij tot een verhaal komt. En hij gaat verder. Via handige schrijverstrucs, zoals interviews, laat hij weten wie zijn favoriete auteurs zijn. Goethe en Dostojewsky, laat hij Herter zeggen van welke laatste hij de dialogen heeft bestudeerd. Met Thomas Mann komt hij ook nog op de proppen, maar niet dan na enige aarzeling en uitstel binnen het verhaal. Mulisch heeft Mann gevreten, terwijl zijn leeftijdgenoten flikflooiden met vriendinnetjes, las Mulisch dagen achtereen het complete oeuvre van Mann. En zijn werk heeft hem nooit meer losgelaten. Er is alle reden om te veronderstellen dat Mann op de drempel van Harry's werkkamer stond, terwijl deze er zijn boeken schreef. En nu is Herter bezig vanuit zijn fantasie, als een laboratorium op te vatten, een roman te schrijven die Hitler probeert bij de kladden te vatten om definitief met hem af te rekenen. En dat loopt helemaal fout.

Falk
Binnen de realiteit van Mulisch' roman gebeurt er iets waar Herter geen raad mee weet. Hij ervaart dat 'Het schrijven (..) niet iets bespreekt, dat gebeurd is, schrijven is iets dat gebeurt: op papier, in het schrijven. Het is werkelijkheid.' Het verhaal van Falk een oude man, die samen met zijn vrouw op de Obersalzberg in de directe nabijheid van Hitler heeft gewerkt, overtreft Herters fantasie. Mulisch toont hoe een verhaal, waarmee hij bezig is zichzelf schrijft. De schrijver is als een sibille, die waarheden verkondigt, die hijzelf niet begrijpt. Hij, de auteur, is slechts een mythisch medium. Falks werkelijkheid verlamt de auteur Herter. Binnen de werkelijkheid van de fictie, die Siegfried is, onthult Falk Herter dat Hitler in het diepste geheim een zoon had. Deze zoon heeft hij moeten doden, omdat hij misschien wel wat joods bloed zou hebben. De schrijver Herter ziet er na deze verbijsterende onthulling van af zijn roman nog te schrijven. Hij moet vaststellen dat de werkelijkheid de fantasie overtreft.
Maar intussen hebben wij de beschikking over Siegfried, dat dan is op te vatten als een relaas van een niet geschreven roman, die toch geschreven is en die het raadsel van Hitler uiteindelijk verwoordt in een filosofische uitweiding die doet denken aan de tijd van 'voor de dijkbreuken'. Het was de tijd dat Mulisch onder de invloed was van een profeet en godsdienststichter E. met wie hij later brak, want Mulisch bleek ook een profeet te zijn. 'En twee profeten in één huis…nee dat gaat niet, dat kan ik verzekeren.'
Mulisch beschrijft deze periode in Voer voor psychologen, waarin hij ook vertelt dat hij in een 'sterrenregen' terecht kwam: 'In mijn hoofd brandden bengaalse vuren, (…), waar ik liep werd de grond verschroeid. (…) Ik wist alles. Ik begreep alles. (…), … waarvan ik later in Archibald Strohalm een beeld heb proberen te geven.'

Strohalm
Deze aan waanzin grenzende toestand, waarin Mulisch verkeerde, is de situatie waarin Herter nu verkeert. Deze slaat op hol, Archibald Strohalm overtreffend in zijn filosofische uitweidingen. Via Schopenhauer, Nietzsches apollinische wereld van regelmaat en harmonie en zijn satanische en duistere tegenhanger, de cultus rond de god Bacchus - de 'lieve god van de christenen' vergeet hij ook niet - via al deze wegen en afgronden in zijn verhitte geest, komt hij niet veel verder dan vast te stellen dat Hitler het absolute Niets is, een verzameling predicaten zonder subject. Tja en Maria, die hem naar Wenen vergezelde en zijn dertig jaar jongere nieuwe vriendin is, die wordt bijna wanhopig en schreeuwt het uit of hij misschien niet gek geworden is. Herter is niet te stuiten. Hij vermeldt ook nog dat de verwekking van Hitler samenviel met het begin van Nietzsches krankzinnigheid. En dat Hitlers Derde Rijk even lang duurde als de krankzinnigheid van de filosoof met die vreselijke snor: twaalf jaar. Dat allemaal is toch geen toeval te noemen! Hij heeft Hitlers onbegrijpelijkheid begrepen: hij was een 'wandelend harnas, zonder iemand erin.' Arme Herter. Om de waanzin buiten de deur te houden, had hij beter tussen hem en het artistieke object - een roman - een personage kunnen plaatsen dat de drager is van al deze opvattingen.

Het is te laat, Herter weet er geen roman uit te slepen. Hij, die Hitler begrijpt, bezwijkt onder de zware last van het inzicht.
De auteur Mulisch weet wel beter intussen. Hij, de heerser over de stof, laat een personage tot stof wederkeren om zelf te kunnen genieten van zijn literaire triomf. Herter daarentegen liet zich teveel meeslepen door zijn eigen werkelijkheid, die mythische proporties had moeten krijgen, want dan alleen overleef je en kan het verhaal zichzelf schrijven.

Hiermee zijn we terug bij waar Harry Mulisch ooit begonnen is. Zijn eerste roman, die hij tijdens een onheilspellende, met donder en bliksem gepaard gaande verschrikkelijke regenbui een jurylid aanbood, was een therapeutische noodzaak, die Mulisch naar eigen zeggen het leven redde: 'Ik ben blij dat ik leef.' En dat begin dat zijn einde vindt in Siegfried betekent niets anders dan dat Mulisch zijn lier aan de wilgen heeft gehangen. Mulisch' literaire chromatiek heeft haar grondtoon gevonden.